rocaille (zn. o. en bn.) link
De klassieke oudheid* verwees de term naar het samenvoegen van elementen met onregelmatige vormen afkomstig uit de minerale wereld (zoals stenen*, rotsen, schelpen, fossielen, stukken glas, koraal, paarlemoer) en gebruikt voor de decoratie van tuingrotten en fonteinen*. Thans verwijst rocaille naar het siermotief met onregelmatige of asymmetrische vorm, genspireerd door natuurlijke motieven zoals de schelp, fossielen of rotsen. Door zijn onregelmatige, kronkelende en vaak ingesneden voorkomen is de rocaille het motief bij uitstek van de rococostijl. De term wordt ook soms gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en als mannelijk zelfstandig naamwoord om de stijl (met name de rocaillestijl) aan te duiden die zich in Franrijk in de eerste helft van de achttiende eeuw heeft ontwikkeld (Roland Michel, 1984, p. 124).
....

Illustratie:
Behangpapier met rocaille-motief, manufactuur Everaerts-Fizenne.
Blokdruk op papier, 1855.
Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.
KIK-IRPA, Brussel (X033893)